Portiek Zeezicht

Portiek ZeezichtFenna woont met haar moeder in een portiekflat. Haar vader zit in hun oude huis in de polder vooral hoofdpijn te hebben en gevoelig te zijn. Dus Fenna moet het hier maar zien te redden. En dat is niet zo makkelijk met een pestkop als Tess in de klas en een onmogelijke huiswerkopdracht.

Gelukkig  zijn er mensen van de portiek: de nieuwsgierige zussen Bakker, de studenten, de begrafenisondernemer en zijn vrouw, de Poolse Janek, verhuizer Sjaak, de kleurrijke tante Afiba en sinds kort de mysterieuze Benedict. Met zulke buren valt er genoeg te beleven!

Er gebeuren namelijk vreemde dingen in de portiek. Fenna heeft er haar handen vol aan. En dan staat er op woensdagmiddag ook steeds een boos meisje voor de deur…

Recensie

Op de eerste pagina van dit debuut van Annejan Mieras staat een vrij citaat van F. Starik: ‘Slechts in de samenhang der dingen groeit het leven.’ Dat geeft direct de insteek van dit verhaal weer: hoe mensen die ontzettend verschillend zijn, met elkaar samenleven en zo hun leven leiden. Het is mooi hoe Mieras alle bewoners van de portiekflat, ofwel ‘de portiek’ een plekje heeft gegeven in dit verhaal. De portiek staat letterlijk aan de rand van de stad en geeft ook een inkijkje in het leven van mensen ‘aan het randje van de samenleving’. Een alleenstaande moeder, die als kunstenares het hoofd boven water probeert te houden; een nogal nette man, die werkt als begrafenisondernemer; een bejaarde tweeling, die alles en iedereen in de gaten houdt; een Afrikaanse man die geen baan heeft en ‘zich niet zo aan regels kan houden’; een Poolse man die werkt als tuinder. Als je het zo opschrijft, wordt het ineens duidelijk: dit zijn allemaal stereotyperingen van mensen die iedereen kent, maar waar we misschien eigenlijk helemaal niet zoveel van weten.

Het mooie van dit verhaal is dat Mieras laat zien dat deze mensen allemaal heel fijn kunnen samenleven. Ze helpen elkaar bij het opknappen van de portiek (alleen de begrafenisondernemer zegt ‘het portiek’); ze kloppen bij elkaar aan voor een praatje; helpen elkaar als er dingen verdwijnen en tegelijkertijd laten ze elkaar ook met rust. Fenna heeft er veel steun aan, want haar moeder Maria (die ze Maria noemt; geen mama) is veel aan het werk en de vader van Fenna is afwezig. Ze wil wel graag naar hem toe, maar hij zegt elk bezoek af. Langzaam begint duidelijk te worden dat dit een verhaal is over een meisje dat behoorlijk op zichzelf is aangewezen en zichzelf maar moet zien te redden.

Spannend is het verhaal niet; het is juist eigenlijk heel ‘gewoon’. Je loopt als het ware een tijdje mee in het leven van iemand anders. Maar omdat Fenna’s leven niet bepaald doorsnee is, is dit voor de jonge lezer een manier om met bepaalde mensen en zaken in contact te komen, waar ze normaal nooit mee te maken zouden krijgen. Het verhaal leest lekker makkelijk weg. Mieras heeft een soepele, directe schrijfstijl met veel dialogen. Ook de korte hoofdstukken en kleine krabbeltekeningetjes aan het begin van elk hoofdstuk maken het boek voor kinderen heel toegankelijk.

Hoewel het verhaal dus niet bepaald spectaculair is – wat niet elk kind zal boeien – is het zeker een boek om na het lezen met een warm gevoel dicht te slaan. Je voelt dat er veel mensen zijn die voor elkaar opkomen en elkaar steunen waar nodig. Dit verhaal laat zien dat er achter de clichébeelden die iedereen kent, échte mensen zitten met allemaal een eigen verhaal. Een boek dat op een heel fijne manier blijft doorzingen in je hoofd.

Lestip

Om het boek te promoten, kun je hoofdstuk 3 voorlezen. In dat hoofdstuk legt Fenna contact met het ‘boze meisje’, zoals omschreven staat op de achterkant van het boek. Lees voor het voorlezen van het fragment dan ook eerst de achterflap even voor.

Als Fenna uit (…) Maria. ‘Hoezo?’ ‘Gewoon.’ (blz. 25 t/m 29)

Beroepen

De meester van Fenna heeft bedacht dat alle kinderen een dagje ‘beroepsoriëntatie’ gaan doen, oftewel een ‘snuffelstage’. Fenna wil iets origineels en vraagt aan haar onderbuurman, de begrafenisondernemer, of ze een dagje met hem mee mag. Dat levert natuurlijk een interessante, maar niet bepaald vrolijke dag op. Het maakt veel indruk op Fenna.

Op school hebben (…) toch nog niet. (blz. 90)

Dood

Fenna maakt in dit boek twee begrafenissen mee; eentje van iemand die ze niet kent en eentje van iemand die ze wel kent. De twee begrafenissen zijn heel verschillend en laten daarmee dus ook zien hoe het leven kan lopen. Voor kinderen die geen idee hebben hoe een begrafenis verloopt, is dit een mooi fragment om ze daarover te vertellen:

Alle bewoners van (…) van dit uitzicht. (blz. 113 t/m 120)


Uitgeverij Lemniscaat, 2018

 


Genre: Verhalen
Tags: 2018, Begrafenis, Beroepen, Diefstal, Dood, Eenoudergezin, Gevoelens, Pesten, Samenleving, School, Tip van Julia
Illustrator: Marc Suvaal

Leave a Reply