Ik ben Vincent en ik ben niet bang

Ik ben Vincent en ik ben niet bangSchool is voor Vincent net survivallen: je weet nooit wanneer je welke ramp kunt verwachten, dus je kunt je maar beter goed voorbereiden. Hij kent zijn favoriete survivalhandboek dan ook uit zijn hoofd. En hij heeft altijd een blikje met handige survivalspullen bij zich. Maar het ergste moet nog komen: schoolkamp. Hij heeft nog zeven dagen om zich voor te bereiden.
Dan komt er een nieuw meisje bij hem in de klas. De Jas heet ze. Een eigenzinnig meisje, dat wars is van regeltjes en meelopers en haar eigen keuzes maakt. Haar komst verandert alles…

Recensie

Vincent heeft elke dag hij naar school moet buikpijn. Hij wordt flink gepest op school, met name door één jongen en zijn groepjes volgers. Ze achtervolgen hem, slaan hem en maken zijn spullen kapot. Vincent is wél bang en doet er alles aan om zo onzichtbaar mogelijk te blijven. Hij vertelt zijn ouders niets, omdat hij ze niet verdrietig wil maken en hij vertelt de leerkrachten niets, omdat hij bang is dat het pesten dan alleen nog maar erger wordt. En zo verandert er dus niets en ziet hij als een berg tegen het aankomende schoolkamp op.

Je krijgt zelf ook een beetje buikpijn als je dit boek leest. Buikpijn van ellende: je wéét dat dit soort dingen gebeurt en het is verschrikkelijk om erover te lezen. Het verhaal is ontzettend realistisch. Enne Koens heeft het pestgedrag en de gevoelens van Vincent prachtig en heel gevoelig verwoord.  Soms zou je Vincent wel door elkaar willen rammelen en toe willen schreeuwen dat hij voor zichzelf moet opkomen. Hij legt echter in het verhaal ook heel goed uit waarom hij dit niet doet en dat hij daar zelf ook heel erg boos om kan worden. Het verhaal maakt pijnlijk duidelijk hoe moeilijk het is om pestgedrag de kop in te drukken.

Gelukkig vindt Vincent dan ineens een medestander, in het nieuwe meisje in zijn klas. Jasmijn – De Jas – is een stoere meid en wordt door iedereen bewonderd. Dat dit ook niet altijd zo is geweest, lees je later in het verhaal. Het is een wijs meisje, dat Vincent (en daarmee natuurlijk ook de lezer) een waardevolle les leert over hoe veel mensen in elkaar zitten:

‘Omdat ze bang zijn, Vince,’ legt ze uit, ‘willen ze graag normaal doen, zelfs als ze niet eens weten wat dat is. Maar wat normaal is, is in elke klas, zelfs in elk land anders. (…) Normaal bestaat niet.’ (blz. 169)

Het verhaal wordt nergens belerend, erg dramatisch of cliché en dat is heel knap. Vincent lijdt duidelijk onder de eenzaamheid en het pestgedrag, maar heeft een enorm sterke wil om te overleven. Zelfs de manier waarop hij met het pestgedrag omgaat, ziet hij als een manier van overleven. Hij zweert bij het SAS survival handboek van John ‘Lofty’ Wiseman, waaruit Koens regelmatig (letterlijk) citeert.

Alles wat ik doe, heb ik geleerd uit het handboek. Bijvoorbeeld uit het hoofdstuk ‘Gevaarlijke confrontaties’. Als u oog in oog komt te staan met een groot dier – BEVRIES. (blz. 60)

Ook voor het schoolkamp bereidt hij zich voor alsof hij op expeditie gaat. Het verhaal krijgt dan ook een heel interessante draai, als hij tijdens het kamp in de Belgische Ardennen wegrent en van plan is nooit meer terug te komen. Ineens gaat het om overleven in de wildernis en wordt het verhaal op een andere manier spannend. Het maakt Vincent sterker en ook het feit dat er iemand is die hem niet veroordeelt om wie hij is, geeft hem vertrouwen. Vertrouwen om te praten. En hoewel je niet leest hoe dit verhaal uiteindelijk voor Vincent en de pesters afloopt, begrijp je dat de belangrijkste stap genomen is: Vincent durft zich uit te spreken: ‘Ik ben Vincent en ik ben niet bang.’  Een sterk en hoopvol einde.

De mooie vormgeving (reliëf op het omslag en mooie groen-zwarte illustraties van Maartje Kuiper), de korte hoofdstukken en de zeer toegankelijke schrijfstijl maken dit boek heel prettig om te lezen. Niet alleen een heel mooi voorleesboek dus, maar ook een boek dat kinderen graag zelf zullen lezen en waar ze zeker nog even over zullen blijven nadenken…

Lestips

Enne Koens beschrijft in het boek heel veel situaties die verschillende emoties oproepen. Verbazing, verontwaardiging, boosheid of verdriet… Het boek doet echt wat met je en dat zal voor kinderen in de klas niet anders zijn. Daarom is het echt een aanrader om dit boek voor te lezen en met je klas te praten over sommige situaties in het boek. Ook zou het boek best eens verborgen pestgedrag naar boven kunnen halen in je klas.

Om dat ‘veilig’ te houden voor kinderen, kun je het praten over het verhaal vanuit jezelf doen. Reageer op het verhaal vanuit je eigen emoties; vertel wat jij voelt bij het verhaal en laat kinderen vervolgens ook vertellen. Gebruik het verhaal om kinderen te vertellen over meeloopgedrag en praat ook over het gedrag van de pesters. Benadruk dat Vincent zich sterker voelt, omdat er iemand is die hem accepteert zoals hij is. Waarom zou je iemand eigenlijk niet accepteren, zoals hij is? Het boek geeft ontzettend veel aanknopingspunten voor een interessant klassengesprek.

Om dit boek te promoten voor zelfstandig lezen, kun je het volgende fragment voorlezen. Je kunt het fragment ook prima gebruiken als introductie voor een sociaal-emotionele les over pesten.

Ik word wakker. (…) pas echt erg. (blz. 24 t/m 27)

Heb je een Facebook-account? Bekijk dan ook zéker dit interview met Enne Koens, waarin ze vertelt over de totstandkoming van het boek én over haar eigen ervaringen met pesten. Heel mooi en boeiend. Je kunt het interview ook heel goed als boekpromotie gebruiken; ze leest zelf een fragment uit haar boek voor!

Enne Koens is trouwens een schrijfster om in de gaten te houden. Zij krijgt deze maand het Charlotte Köhlerstipendium: een stimuleringsprijs vanwege haar veelbelovende werk.


Lees ook:

Sammie en opa


 

Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 2017

 


Genre: School
Tags: 2017, Ardennen, Eenzaamheid, Fantasievriend, Kamp, Overleven, Pesten, Survival, Tip van Julia, Vertrouwen, Voorleestopper, Vriendschap
Illustrator: Maartje Kuiper

Leave a Reply