Elena heeft dikke pech: ze moet verhuizen, weg van haar vriendin Jenny, en dat in de zomervakantie. En dan hebben haar ouders het ook nog eens zo druk dat zij haar laatste vrije week bij een suffe, oude tante in haar kleurloze, muffe huis moet doorbrengen.
Maar bij tante Nannie valt er meer te beleven dan Elena dacht… Een van haar beeldjes is in het kippenhok van de vervelende buurman terechtgekomen en Elena en Nannie verzinnen iets om het terug te krijgen. Maar dat gaat niet helemaal zoals gepland…
Tegelijkertijd moet Elena contact zien te houden met Jenny, die ze heel erg mist. En Jenny haar ook, want ze zijn beste vriendinnen. Toch?
Recensie
Dit fijn geschreven verhaal doet wel een beetje denken aan de vriendschapsperikelen in Die zomer met Jente. Elena is net verhuisd en mist haar beste vriendin Jenny verschrikkelijk! Maar is Jenny eigenlijk wel echt een goede vriendin? Via cursief gedrukte flashbacks kun je je een steeds beter beeld van haar vormen. Jenny is een nogal uitgesproken meisje, met wilde ideeën en behoorlijk dominant en manipulatief. Als je haar ideeën niet volgt, laat ze je als een baksteen vallen. Elena’s ouders zijn juist het tegenovergestelde: zij worden nooit boos, want ‘boosheid lokt alleen maar meer boosheid uit.’ Je merkt al snel dat Elena hun ideeën over heeft genomen, maar (daardoor) niet helemaal lekker in haar vel zit…
Dan leert Elena in haar nieuwe woonplaats, tijdens de laatste week van de zomervakantie, Ruben kennen, die alleen wil luisteren als ze hem Ruub noemt. Ze besluit prompt om hem de hele tijd een andere naam te geven. Erg grappig, maar vooral een doorbraak: bij hem durft Elena voor het eerst wat opstandiger te zijn. En langzaam ontdekt ze dat het ook niet nodig is om altijd aardig te zijn:
‘Maar als ze alleen maar vriendelijk zijn, zijn ze dus ook nooit duidelijk.’
‘Het is toch aardig om aardig te zijn?’
‘Behalve als je jezelf daarmee in de vingers snijdt.’
Tante Nannie vindt het volgens mij niet belangrijk om aardig gevonden te worden. En toch vind ik haar aardig.
(blz. 104)
Dit is dan ook vooral een verhaal over persoonlijkheden, gedrag, interactie, ruzies en vriendschappen. Er wordt gezocht naar een beeldje, dat eerst gestolen is door een stel vogels en daarna door boze buurman Hans. Maar het gaat er vooral om hoe tante Nannie en Elena daarmee omgaan en hoe Elena haar grenzen leert verleggen. Het verhaal is in de ik-vorm vanuit het perspectief van Elena geschreven, en dat levert interessante observaties op, die Janna de Lathouder met ontzettend veel humor en mooie taal heeft beschreven.
‘Het nichtje,’ zegt hij langzaam. Hij laat het klinken alsof ik zand tussen zijn tanden ben. (blz. 105)
Ook Elena’s ouders hebben op sociaal vlak veel uitdagingen, met een aannemer die niet luistert. Hoe krijgen ze voor elkaar dat hun winkel wordt opgeknapt zoals zij zelf willen? Je leert van dit verhaal op een heel mooie manier hoe belangrijk het is dat je voor jezelf durft op te komen, en hoe die rotzomer dan zomaar kan veranderen in iets heel fijns…
Tips voor boekpromotie
Dit boek kan wel wat boekpromotie gebruiken, want alleen door de titel krijgen kinderen misschien het idee dat dit een boek is over de zomervakantie, terwijl het eigenlijk een boek is over een verhuizing, het maken van nieuwe vrienden en je plekje in de wereld veroveren.
Lees de tekst op de achterflap voor en dan het volgende fragment, om een goed beeld van de leuke schrijfstijl te geven:
‘Daar staat ze. (…) wel… iets. Toch? (blz. 28 t/m 32)
Lemniscaat, 2025
Onderwerpen: 2025, Familie, Gevoelens, Identiteit, Jezelf presenteren, Jezelf zijn, Keuzes, Ruzie, Tip van Julia, Tip van Lisa, Veranderingen, Verhuizen, Vriendschap






